Module 17 weken
Richtgraad 1.2.2: niveau 2
Het Engels leren dat je op reis kan gebruiken: je leert wat te zeggen in allerlei concrete dagelijkse situaties.
PROGRAMMA
- Algemeen: jezelf voorstellen, praten over je familie en hobby's.
- Vakantie en reizen: informatie vragen in de luchthaven, in een hotel.
- De weg vragen en beschrijven.
- Tickets kopen en info vragen.
- Praten ovver je eigen reisplannen.
- Gezondheid. problemen uitleggen in een restaurant, iemand iets aan- of afraden.
- Cultuur: gebaren, weetjes, regio's, steden.
- Dagelijkse taal: hulp aanbieden en vragen, twijfel uitdrukken, je mening geven over iets, telefoongesprekken.
- Beknopte grammatica: praten over heden, verleden en toekomst.
VOORKENNIS
Basiskennis Engels of Engels 1 op reis reeds gevolgd.
PRAKTISCH
60 lesuren – 1x per week.
Zie lessenrooster.
INSCHRIJFGELD
€ 65 (handboek/syllabus NIET inbegrepen).